Snuffelend door de wijnwinkel zoek ik naar een gemakkelijke rode tafelwijn voor bij een bord spaghetti bolognese. Ik ben nog niet zo thuis in de rode wijnen en laat me adviseren door Wytse die me een fles rode Spaanse wijn met de naam Alceno aanbeveelt. Hij vertelt dat de maker van de wijn Pedro Luis Martinez is en hij heeft het domein van zijn vader overgenomen.

De bodega ligt in het zuiden van Spanje onder Madrid in de streek Jumilla. Dit is een heuvelachtig gebied met hete zomers en er valt weinig regen. De druivenrassen die het in dit klimaat goed doen zijn: monastrell, tempranillo en syrah. Monastrell maakt kruidige, stevig wijnen met rijp blauw fruit, tempranillo is vooral bekend om zijn geur en smaak van rood fruit en vriendelijke niet te harde tannine en syrah is een kruidige druif die in de geur een pepertje afgeeft.

Ik benieuwd of deze wijn juist zwaar en krachtig is vanwege de monastrell en de syrah of toch vrolijk en fruitig door de assemblage met tempranillo. De spaghetti staat dampend op tafel, tijd om een glas rode wijn in te schenken. De wijn valt in Spanje onder de etikettering ‘joven’, dat jong betekent. De kleur is paarsrood en hij ruikt naar viooltjes en warme rode kersen. Ik neem een slok en proef dat de wijn een ronde smaak heeft heel aangenaam, makkelijk in de mond.

Ik krul de spaghetti om mijn vork en draai hem rond op mijn lepel. De slierten glijden naar binnen en met een slok van deze soepele wijn ben ik blij met de tempranillo, die het fruitige karakter in deze wijn een mooie balans geeft. Ik vind deze wijn echt gewoon een lekkere rode wijn voor bij de spaghetti.