VondelVini

registervinoloog Maud Veldkamp

Tag: Pinot Noir

Goed begin van de maandagochtend: wijn proeven

Normaal gesproken was het weekend voorbij en dacht ik: ’Laten we de week beginnen met een lekker kopje thee.’ In de wijnwereld gaat dat anders, want een goed begin van de maandag is voor velen: uitzoeken naar welke aangeboden wijnproeverij ze zullen gaan. Het wemelt rond deze tijd van de uitnodigingen van importeurs om alle nieuwe oogsten te presenteren. Op zondagmiddag krijg ik een Whatsapp’je van Wytse, vinoloog van E-CRU wines & spirits, of ik meega naar een importeur.

De proeverij vindt plaats in de kantoorruimtes van een enorme loods. In de loods staan dozen wijn metershoog opgestapeld. Rijen achter elkaar, in grote stellingen. In de auto onderweg voerden we de discussie in hoeverre het wenselijk zou zijn om wijn in plastic flessen aan te bieden. Voor het vervoer en transport een stuk eenvoudiger dan al die breekbare flessen. Gelukkig is het nog niet zover, want gevoelsmatig lijkt het me erg armoedig om wijn uit plastic te drinken.

Bij de ontvangst krijgen we een glaasje champagne en worden we naar de eerste ontvangstkamer begeleid. Er staan alleen al in deze kamer ruim honderd flessen open, in twee rijen achter elkaar. Logischerwijs eerst wit en dan rood. Ik krijg een glas en binnen een paar minuten hebben we de eerste wijnen geroken, geproefd en gespuugd. Dit zijn de binnenkomers die een wat lagere kwaliteitswaarde hebben. Ik word voorgesteld aan één van de verkopers van de importeur en hij waarschuwt me: ‘Neem nooit meer dan één slok per wijn om te proeven, want anders weet je het na twintig wijnen niet meer en smaakt alles zuur.’ Ik neem zijn advies ter harte.

Een speciale kamer is ingericht voor de wijnen uit Californië. Hier zijn de wijnmakers zelf aanwezig. Eigenlijk wil ik wijnboeren zeggen, maar een charmante Amerikaanse staat ons te woord, dus dat lijkt me niet zo toepasselijk. Ze legt uit hoe ze de chardonnay maken en welke vinificatieprocessen ze hanteren. Deze wijn ondergaat een malolactische gisting. Dit is een tweede gisting op het vat waardoor appelzuren in de wijn worden omgezet in melkzuren wat de wijn zachter maakt. In het geval van deze chardonnay krijgt hij een rondere en ‘vettere’ smaak.

Beneden in de hal proeven we de laatste dertig wijnen. Ik kan lang niet overal wat zinnigs over zeggen, maar zo langzamerhand begin ik de stalmest van de pinot noir aardig te herkennen en leer ik dat het bij chardonnay belangrijk is dat hij een goede zuurgraad heeft. Na een paar uur staan we weer buiten en heeft Wytse een aantal wijnen in gedachten die hij naast het gewone assortiment gaat bestellen. En ik kan niet anders zeggen dan: een uitstekende besteding van de maandagochtend.

Wijnbouw en wetenschap: nieuwe Nederlandse druivenrassen

De wekker staat vastgeprikt in het prille ochtenduur om 06.15 uur. Vandaag begint de vinologenopleiding met een kennismaking en rondleiding in Wageningen, daar ligt één van de noordelijkste Nederlandse wijngebieden. Deze keer heb ik geen moeite om op te staan, want als het goed is met een leuke en leerzame dag in het vooruitzicht. We verzamelen op het Amstelstation om met een paar mede-vinologen in spe samen in een oude bolide af te reizen.

Het is druk op de weg, het verbaast mij altijd hoe vroeg al zoveel mensen op pad zijn. De koffie in mijn beker warmt aangenaam mijn handen. Wazig kijk ik voor mij uit als plotseling even wazig het stoom dampend onder de motorkap naar boven borrelt. ‘Hoe kan dit nou weer, mijn trouwe diesel!’, roept mijn maatje en dirigeert de auto naar de zijkant van de weg in de vluchtstrook. Aan de hoeveelheid rook te zien treft ons geen gunstig vooruitzicht en de euforie van het vroege opstaan zakt snel in mijn voeten.

Met dichtgeknepen ogen staan we langs de kant van de snelweg in afwachting van de Wegenwacht. ‘Het ziet er niet best uit,’ laat de monteur ons even later weten, de auto moet worden weggesleept en we krijgen een leenauto mee. We zijn twee uur te laat in Wageningen maar toch nog net op tijd voor het proeven van een glas witte wijn van de Johanniter, een kruising tussen een Duits en Zwitsers druivenras.

‘Deze druif heeft compacte trossen en dat geeft snel kans op botrytis, dat betekent dat de bessen elkaar verdringen, kapot gaan en dan verrotten. Door de jonge trossen door midden te knippen voorkomen we de vorming van botrytis,’ vertel de wijnmaker. Hij ziet er uit als een echte wetenschapper met een grote bril op, dikke glazen en grijze haren. ’De wijnbouw is in Nederland de afgelopen vijftien jaar hard gegroeid. Dit was mogelijk door de aanplant van nieuwe druivenrassen zoals Regent, Johanniter en Solaris die twee a drie weken eerder rijp zijn.’

Hier moet ik even goed over nadenken wat dit precies in wijntermen betekent. Deze druiven zijn eerder rijp en staan in een heel noordelijk gebied. Dus ze hebben minder tijd nodig en volstaan met onze zonuren om rijp te worden. Logisch, ja. De klassieke druivenrassen zoals riesling, chardonnay en bijvoorbeeld pinot noir worden in Nederland boven de grote rivieren niet rijp en zijn daar dus niet rendabel.

‘Bovendien zijn deze druivenrassen bestendig tegen meeldauw en dat heeft het voordeel dat we minder met pesticiden hoeven te werken,’ zijn de besluitende woorden van een trotste biologische wijnbouwteler. Later tijdens de wandeling in de wijngaard zie ik dat de trossen van de druiven nog erg mager zijn, ze hebben veel zon nodig in de komende maand om tot volle wasdom te komen. Het begint ondertussen heel hard te regenen, typisch Nederland. Ik duim voor de wijnboer voor een goede oogst.

Wijn proeven: het uur van de waarheid

Het doek valt. Er heerst een ijzige stilte, slechts langzaam doorbroken door het tikken van de herfstregen op het dak. De glazen staan verdeeld op de tafel, veertig in totaal, voor ieder vier. We hebben geproefd en gespuugd, het oordeel is geveld. Het uur van de waarheid nadert. Welke wijnen gaan schuil achter welk glas? Nerveus zit ik op mijn stoel, in principe had ik een voorsprong, ik kocht de wijnen, maar iemand anders schonk ze in.

Eerst een vragenrondje over het druivenras. Ik ben ervan overtuigd dat het een tempranillo is. We proeven bekende rassen. Alle rassen doen de ronde: pinot noir, sangiovese, merlot, maar geen tempranillo. Ga ik een debuut maken? Als laatste zeg ik zonder blikken of blozen: ’Geen twijfel dit is een tempranillo.’ We lopen het proefformulier door en alle kenmerken gaan goed tot de wijn wordt onthuld: het is een pinot noir

Teleurgesteld haal ik diep adem. Hoe kan ik nou zo’n fout maken? Pinot noir is licht doorschijnend en ruikt naar stallucht. De mij bekende aardse boerenmest kan ik in dit glas niet ontwaren. Daardoor ben ik misleid en het vierde glas was ook licht van kleur. Ik geef toe deze wijn was te donker gekleurd om een pinot noir te kunnen zijn. Het laatste glas was overigens een sangiovese.

We proeven de wijnen systematisch en omschrijven onze waarnemingen op een proefformulier. In het proeven gaat hem om het herkennen van de aroma’s zoals fruit, groene vegetale luchten of aardse kernmerken. Of Ik waan mijzelf op een groot koloniaal schip op weg naar landen van kruidige specerijen en herken het hout van een oud sigarenkistje.

Deze wijnen laten me opnieuw verrassen, want er valt zoveel in te ontdekken. Maar het uur van de waarheid heeft gesproken. Ik had slechts twee van de acht wijnen goed, een dikke onvoldoende. Even slikken, maar fouten zijn er om van te leren zeg ik moralistisch tegen mijzelf. Langzaam begin ik het te begrijpen: hoe meer ik over wijn weet, hoe moeilijker het wordt.

Wijn drinken met de professionals

De glimmende flessen kijken me aan en ik kijk vol interesse terug. Overal om mij heen zie ik gekleurde etiketten, van speciale destillaten, grote Bordeaux Grand Cru’s en de beste limonadesiroop uit Frankrijk tot de zachtste olijfolie uit Italië. Ik kan mijn ogen er niet vanaf houden, terwijl de vergadering voortduurt in de wijnwinkel. De discussie gaat over waar een vat met jenever moet komen te staan met tapflessen. Dit is voor mij een totaal andere omgeving dan de saaie kantoortuinen waar ik gewend was om in te vergaderen. Vaak staarde ik naar buiten, keek tegen grijze gebouwen aan en droomde over een boerderij in Frankrijk met een prachtige wijnkelder.

Hier kan ik niet wegdromen. Het is al bijna 11 uur, tijd om de nieuw binnengekomen flessen wijn te proeven en te beoordelen of ze in het assortiment worden opgenomen. Mijn eerste proeverij in de ochtend met échte professionals. Eerst een paar nieuwe bieren, conclusie luidt snel ‘te bitter’. Over op de wijn. Er staan 8 flessen klaar, 3 witte uit Chili en 5 verschillende rode wijnen. Het gaat in een rap tempo, ruiken, proeven en wegspugen. De een is wat te strak in zijn zuren, de andere Duitse Spätburgunder is voor een pinot noir te vlak van smaak. Binnen een half uur zijn alle wijnen geproefd en is er slechts één wijn die in het achterhoofd wordt gehouden, de rest is afgekeurd.

Om 12 uur sta ik buiten met twee flesjes Trappist Westvleteren in mijn tas. Het schijnt het beste bier in de wereld te zijn. Dat belooft wat voor een wijndrinker. Dit bier wordt door monniken in hun abdij gebrouwen, slechts in beperkte aantallen, en de vraag ernaar is groot. Schaarste betekent een hoge prijs, bijna 15 euro per flesje. Belachelijk denk ik, maar ja, ik betaal makkelijk veel geld voor een mooie wijn, dus waarom niet nu voor dit speciale bier.

In mijn beleving vind ik Belgische bieren snel te bitter. Ik ben een echte vrouwelijke bierdrinker, het moet vooral niet bitter zijn, ook geen Kriek Lambiek, de Koninck heeft mijn voorkeur. Met een vriend open ik de flessen waar overigens geen enkel etiket op zit en schenk het bier uit in de meest chique wijnglazen die ik in huis heb. Het bier ziet er amberachtig uit, nu een slokje proeven en ik kan niet anders zeggen dan: dit bier heeft een milde zoetheid met een zacht bittertje in de afdronk, echt Maudbier.

Welke wijn het beste in welk glas?

Het is druk op de proeverij. Mensen stromen naar binnen, de tafel in de hal staat vol met standaard proefglazen en in de verte zie ik rijkelijk gevulde tafels vol met flessen wijn. ‘Wat kan ik voor u doen?’, zegt de vrouw aan de balie met een vriendelijke lach. ‘Weet u of er nog een plek vrij is in de masterclass?’, vraag ik. ‘Ik ga voor u kijken, misschien is er iemand uitgevallen, de masterclass om half één bedoelt u?’ ‘Ja,’ is mijn antwoord, maar ik weet eigenlijk helemaal niet precies wat de inhoud van deze masterclass is.

Ik loop de zaal van de masterclass binnen en voor de deelnemers staan op een tafel glazen klaar op een placemat. In het midden van de rij neem ik plaats en bestudeer de glazen van verschillende vormen en grootte. De docent begint zijn verhaal, het gaat over de geschiedenis van het glazenmaken. Langzaam wordt het mij duidelijk dat deze masterclass niet over wijn, maar over wijnglazen gaat. Niet onbelangrijk, want wat voor wijn hoort in welk glas?

Nu weet ik dat een witte wijn meestal in een kleiner taps toelopend glas hoort en een rode wijn in een groter glas. Maar waarom eigenlijk en wat doet het met de smaak? We krijgen een Californische chardonnay in een glas dat ik een ‘bolleke’ noem. Groot, open aan de bovenkant. We walsen de wijn in het glas en ruiken de typische chardonnay-kenmerken van tropisch fruit en wat vanille van de houtlagering. De wijn laat tranen achter in het glas en is mollig. Ik spoel de wijn en proef dat er een prachtige zuurgraad in mijn mond achterblijft.

Daarna schenken we deze chardonnay over in het proefglas dat taps toeloopt. Het is verbazingwekkend. In de geur slaat het fruit helemaal dood en in de smaak smaakt de wijn te zoet. Hoe kan dat? Door het weidse karakter van het ‘bolleke’ komen de fruitaroma’s volledig tot hun recht. En dit glas zet je breed aan in de mond. Aan de zijkant van je tong zitten je zuur-smaakpapillen waardoor de zuurgraad extra in de wijn wordt bevestigd.

Eenzelfde proef doen we met een pinot noir uit de Bourgogne in een glas dat onderin rond en bol is, maar taps toeloopt. Het rode fruit van de pinot noir komt hierin stuivend naar voren, in de smaak heeft hij zachte zuren, mooi in balans. Daarna schenken we deze wijn in een echt bordeauxglas, groot en wijd van boven. Het fruit van de pinot noir verdwijnt in de lucht en in de smaak is hij zuur en wrang.

Volgens de docent worden in restaurants met de juiste glazen voor de juiste wijnen, meer wijn verkocht omdat de smaak perfect naar voren komt. Ik geloof hem meteen en ben erg blij als we te horen krijgen dat we alle mooie glazen als cadeau mee naar huis mogen nemen.

Kleine Schorre in Zeeland is prima bodem voor wijn

De frisse zeewind waait ferm door mijn haren. Ik zuig de schone lucht diep door mijn longen naar binnen. Het water klotst tegen de rand van de kade. Oesterschelpen liggen leeggepeuzeld op de keien, witte meeuwen krijsen eromheen. De ziltige geur van het zand doordringt mijn neusvleugels. Ik ben in Zeeland. Bij Zeeland denk ik aan verse Oosterscheldekreeft en mosselen eten. Wat ik niet wist, is dat er hier in het zuiden van Nederland ook prachtige wijnen worden gemaakt die aansluiten bij alle culinaire heerlijkheden die Zeeland te bieden heeft.

Wijnhoeve de Kleine Schorre ligt in Dreischor en heeft maar liefst tien hectare wijnstokken en is daarmee de grootste wijngaard in Nederland. De wijnhoeve bestaat sinds 2001 en heeft samen met het Luxemburgse wijnbedrijf Cep d’Or een selectie van druiven gemaakt. Het is opvallend dat hier voornamelijk de druivenrassen worden geteeld die in de Elzas voorkomen. Het zijn de druivenrassen pinot gris, pinot blanc, rivaner en auxerrois.

Auxerrois is een druivenras dat mij niet bekend voorkomt. In de Elzas zijn zeven druivenrassen waarvan vijf nobele: riesling, gewurztraminer, pinot gris, muscat en pinot noir. De niet nobele druivenrassen zijn pinot blanc en sylvaner. Ik kom erachter dat auxerrois een oud druivenras is dat vermoedelijk uit Lotharingen afkomstig is. De naam komt van het graafschap Auxerrois. De druif is zeer geschikt voor de bodem en het Limburgse klimaat.

Wijnhoeve de Kleine Schorre heeft gekozen voor druiven die goed aansluiten bij de zilte zaligheden van Zeeland zoals mosselen, kreeft, oesters, platvis, lamsoor en zeekraal. De druivenrassen die zij in hun wijngaard hebben zijn pinot gris, pinot blanc, rivaner en auxerrois. Op tafel staat voor mij deze Nederlandse wijn, hij is gemaakt van pinot blanc en auxerrois.

In het glas schenk ik een beetje wijn in, wals het vocht en ruik de geuren van Zeeland. In de smaak proef ik de frisheid van de zee die zich vertaalt in een strakke zuiverheid. Een mooie zuurgraad met een afdronk die mij doet denken aan ons Nederlandse klimaat. Voor het eerst proef ik een wijn uit eigen land. Ik ben er trots op dat er in Nederland zulke mooie wijnen worden gemaakt!

Koele rode wijn in een koele kathedraal

Met piepende banden rijden we door achterafstraten aan op het grote plein in de drukke stad. Eindelijk hebben we de bestemming gevonden en het is heet. Het zweet druppelt gestadig langs mijn ruggengraat, terwijl we de dozen met flessen uit de auto laden. In de kerk is het rumoerig door alle exposanten die hun stands in orde maken. Mensen lopen haastig heen en weer om op tijd klaar te zijn.

Het is koel in deze immense gotische kathedraal en dat brengt vinoloog Wytse op het idee om de rode wijn die we voor deze proeverij bij ons hebben ook koud uit te schenken. Immers, de badkuip staat vol met ijs voor de uitgestalde witte wijnen, ik doe wat ijsklontjes in de grote koperen koeler voor de rode wijn. Het is een Binz+Bratt Spätburgunder-Cabernet Sauvignon. De bedoeling is duidelijk; een verfrissend glas rood voor de bezoekers. Ik vraag me af welke rode wijn je eigenlijk koud mag drinken.

Later, in mijn zoektocht naar het antwoord op mijn vraag ontdek ik dat je in dat geval eenvoudige regels in acht moet nemen. Wanneer je een wijn koelt, versterk je het effect van de tannine en de zuren. Dit betekent voor een rode wijn dat de wijn niet teveel tannine mag bevatten. Jonge, fruitige wijnen zoals bijvoorbeeld Beaujolais of Pinot Noir zijn geschikt om te koelen. Onze rode wijn is een spätburgunder en dat is de Duitse benaming voor hetzelfde druivenras pinot noir.

Van de Duitse wijnmaker hebben we ook een witte wijn bij ons. Een uitdagende assemblage van de druivenrassen gewürztraminer en riesling. De gewürztraminer geeft het fruitige lychee-element aan de wijn en de riesling zorgt voor frisse zuren. Maar deze wijn mag juist niet te koud worden gedronken. Witte wijn die te koud is, laat weer teveel zijn zuren zien en te weinig fruit.

Het licht straalt scherp door de roodblauwe glas-in-loodramen naar binnen. De kathedraal stroomt vol met bezoekers voor deze grote proeverij. De mensen zijn zichtbaar opgelucht om vanaf het zonovergoten plein naar binnen te komen. Bij de entree worden ze ontvangen met een proefglas en de proeflijsten. Het duurt niet lang of bij de stand van E-CRU ontstaat een rij dorstige proevers voor deze fruitige koele rode wijn!

Het geheim en succes van de Chileense wijnen

Chili, Santiago, een wereldstad met evenveel inwoners als Nederland. Ik ben vanuit de winter de zomer ingestapt, het is warm, mistig van de uitlaatgassen, hoe ga ik in deze miljoenenstad een uitweg vinden naar de verafgelegen wijnbodegas? Een taxi kost 150 euro voor een dag, Europese prijzen. Mijn bezoek staat gepland bij Quintay in Casablanca Valley. Het dorp Casablanca is een straat langs de snelweg, ik gok het erop dat er ook taxi’s rijden en koop een buskaart voor 2,75 euro.

Mijn vermoeden was juist, er zijn taxi’s. De chauffeur ratelt door in onverstaanbaar Spaans, ik lach en let op de weg waar we naar toe gaan. Plotseling doemt een groot wit gebouw tussen de wijnranken op waar met grote zilveren letters op staat: Quintay. We zijn gearriveerd en de auto stopt voor dit ultramoderne gebouw. Later vertelt Victor die mij de rondleiding geeft: ‘Deze ‘wijnkelder’ is gebouwd in 2005 met thermale panelen, waardoor het binnen koel blijft. ’

We lopen langs de wijngaarden en ik voel een frisse bries van de verderop gelegen oceaan. Victor vertelt: ‘Casablanca Valley heeft een koel klimaat en dat is in het dal perfect voor de groei van sauvignon blanc en chardonnay. Maar we hebben ook wijngaarden die in de bergen zijn aangeplant, dat is ideaal voor pinot noir en syrah. Overdag meer hitte en ‘s nachts een grotere afkoeling, is goed voor de groei van het fruit en concentratie van de suikers in de vruchten.

Victor laat me wijnen proeven, de beste sauvignon blanc heeft een lichte houtopvoeding gehad, daardoor meer complexiteit. Het is een genot, deze wijn heeft naar mijn oordeel meer rondeur dan de Loire sauvignon blanc en smaakt minder tropisch dan de Nieuw Zeelandse variant. Victor vertelt: ‘De percelen bij de kust geven minerale wijnen, in het dal domineren de citrustonen en in de bergen komt het fruit naar voren.’ Interessant om te weten.

Ik vraag aan Victor naar het geheim van het succes van de Chileense wijnen. Een glimlach komt op zijn gezicht, hij fronst zijn wenkbrauwen en zegt: ‘Allereerst staat de hoge kwaliteit van onze wijnen voorop en ten tweede zijn ze betaalbaar. We moeten concurreren met de wijnen uit Europa. Goedkope arbeidskrachten spelen daarbij een rol, waardoor we een serieuze plaats innemen op de internationale wijnmarkt.’ Betaalbare kwaliteit is het sleutelwoord.

We lopen naar buiten waar de barbecue staat te walmen, varkens worden geroosterd, ‘caballero’s’ komen te paard aanrijden voor het grote feest ter afsluiting van de zomer. Met een mooi glas wijn in mijn hand mag ik meegenieten van dit festijn.

Champagne van ‘rising star’ Aurélien Laherte: puur en authentiek

De wekker gaat om 5 uur ’s ochtends. De diepe duisternis omhult mijn oranje Fiat Panda die behoorlijk wat kilometers gaat rijden. Op de snelweg schieten we onder de wegwijsborden door. Het tempo zit er aardig in. Met het E-CRU team ben ik onderweg naar de Champagne om de ingekochte wijnen van Aurélien Laherte op te halen. We zijn uitgenodigd voor een diner bij Laherte, dus mijn hoge hakken en chique jurkje heb ik bij me in een tas.

Bij aankomst in het pittoreske dorp Chavot-Courcourt in de glooiende hevels van deze beroemde streek, komt Aurélien ons tegemoet lopen. Een bescheiden boerenzoon, aan zijn handen en kleren te zien komt hij net uit de wijngaarden. We frissen ons op in de gîte van Laherte, mijn jurkje blijft in de tas voor de avond en ik trek mijn lage pumps aan, een nette broek en luchtig bloesje. We krijgen een rondleiding in de wijngaarden, Aurélien heeft 10 hectare verdeeld over meer dan 75 percelen.

We rijden rond in een Franse Renault, die de onverharde weg door de hellingen goed kan verdragen. Hij laat ons zijn percelen zien die karakteristiek zijn voor Laherte’s manier van wijn maken. Aurélien vertelt in vloeiend Engels, maar met een duidelijk Frans accent: ‘Voor ons is het belangrijk om ieder terroir in de wijnen tot uitdrukking te laten komen. De persoonlijkheid van de wijn ontwikkelt zich in de houten vaten in de kelder. Later zoeken we naar een goede mix van deze vaten om uitgebalanceerde, elegante en fruitige wijnen te maken.’ Ondertussen zakken mijn pumps steeds dieper weg in de zompige aarde.

Naast het woonhuis van Laherte zijn de kelders waar metershoge rijen flessen liggen opgestapeld, waarin de verfijnde mousse ontstaat. Beneden staan grote bruine eikenhouten vaten waar de stille wijn aan het rijpen is. We mogen wat proeven, de smaak is erg jong en fris. In het putje in de kelder spugen we de wijn weg. Het is koud, mijn luchtige bloesje is niet gemaakt voor deze omstandigheden. Aurélien neemt ons daarna mee naar boven, waar de persen staan. Gigantische apparaten waarvan er één bij het bekende handelshuis Veuve Cliquot is gekocht.

Het diner is in de gîte. Mijn lippen zijn blauw geworden van de kou in de kelders, ik laat mijn jurkje voor wat het is, en wikkel een warme deken om mijn benen. Aurélien ontkurkt de champagne voor nog een slokje van deze prachtige bubbel. In zeer aangename sfeer voltrekt zich de avond, Aurélien vertelt verhalen over de wijnplukkers tijdens de oogst. Langzaam krijg ik een volledig beeld van een kleine wijnboer in de Champagne. In bladerdeeg gehulde stroperige peren maken het diner af en met een rond buikje en kleine ogen rol ik in mijn bed.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén