In mijn ontdekkingstocht naar wijn ben ik er al achter gekomen dat het verslavend is om steeds mooiere wijnen te proeven. Kritisch gaat mijn oog langs de vele etiketten in de supermarkt waar ik nonchalant wat olijven en pistachenoten in mijn mand laat glijden. De perfecte borrelhapjes bij een lekker glaasje. Ik vind dat deze wijnen het niet halen bij de kwaliteitswijnen die ik bij de echte wijnwinkel koop. De vraag is waarom eigenlijk niet? Wat is er dan zo anders aan in het wijnmakingsproces dat ze waterig smaken en vrijwel nooit een lange afdronk hebben?

Ik heb gehoord dat het onder andere komt omdat de druiven aan jonge wijnstokken groeien en ze worden machinaal geoogst. Hierdoor gaan de druiven kapot en door de aanraking met zuurstof begint meteen het oxidatieproces. In grote stalen tanks worden de druiven vergist, wel of niet kapot. Kwaliteitswijnen daarentegen worden met de hand geplukt, gekoesterd en zorgvuldig geselecteerd. Ik heb dat ooit één keer in Frankrijk gedaan, dat viel niet mee voor een stadsmeisje, zwaar werk en mijn handen zaten onder de krassen van de schaar.

Samen met een vriendin hebben we ons `wijnproefavondje,’ wat betekent uitgebreid bijkletsen en ik neem altijd mooie wijnen mee. We beginnen met een witte De Waal Sauvignon Blanc uit Zuid-Afrika, precies wat ik ervan verwacht: een frisse borrelwijn, wat fruitig, goed bij de plakjes heilbotpaté die versierd zijn met een randje gerookte zalm. De rode poon ligt ondertussen op een bedje van venkel en met wat peterselie en citroen in de buik te pruttelen in de oven. In de ijskast staat een spannende Italiaanse wijn, Isola dei Nuraghi uit Sardinië te koelen.

In ons glas laten we de wijn heen en weer walsen, hij is donkerder van kleur, neigt meer naar strogeel en laat lichte tranen achter in de hals. Mijn vriendin neemt een slok en zegt: `Door jou kan ik nooit meer wijn uit de supermarkt kopen, want dit is pas echte wijn!’ Ik lach en beaam haar statement. Deze wijn is vol, rond, krachtig en hij geurt naar weelderige acacia’s. Mooi fruit en een bittertje in de afdronk. Dat laatste heb ik niet van mijzelf, maar las ik in de omschrijving van de vermentino druif, die het beste gedijt in Sardinië, waar deze wijn vandaan komt. Daar groeit hij in een wijngaard met stokken van dertig jaar oud. De wortels van de oude stokken zitten diep in de grond en halen daar heerlijke sappen vandaan.

De tongen praten en proeven, komen los en het ene verhaal na het andere gaat over tafel. De kaarsen branden tot diep in de nacht.