Een Italiaanse koning met een bittere nasmaak. Hij zwaait met zijn scepter aan het hof in Veneto en heerst over het gebied langs de randen van het Gardameer. Het grote bezit van de koning zijn de heuvels van Valpolicella en in het noordwesten ligt zijn parel, de Classico, waar de verkoelende wind zorgt voor een langzame rijping van zijn druiven. De meest verfijnde aroma’s ontwikkelen zich van binnenuit, ronde kersentonen verhuld in donkere chocolade.

De koning van de Valpolicella heet Amarone en is machtig, kruidig en dankt zijn naam aan het Italiaanse woord Amaro, wat bitter betekent. Bittere chocolade die niet makkelijk smelt op de tong. De koning bestaat uit de corvina veronesa druif die zorgt voor zijn robuustheid en de molinera voor zijn zachtheid. Op grote matten worden de druiven ingedroogd om in het smaakpalet de gewenste rondeur en tijdens de vergisting een hoger alcoholpercentage te bereiken.

Wie de koning niet kent, is aangewezen op zijn trouwe volgeling: de Valpolicella Ripasso. De Ripasso is heer en meester in het verorberen van de resten van de Amarone. De Valpoliccella laat zich meevoeren door het bezinksel van de Amarone druiven en pikt een zweem van het koningschap mee. Zijn robijnrode kleur schittert en in de smaak vertoont hij een lichte bittere kersensmaak, een perfecte begeleider bij groene pasta en een romige gorgonzolasaus.

De koningin van Veneto straalt door haar milde zoetheid. Haar naam is Recioto en zij was de eerste die haar stroperig kernmerken liet zien door de rijpheid van haar druiven, die eveneens werden ingedroogd. Het nadroogproces van de druiven is al zo’n 2000 jaar oud, bedacht door de Romeinen met als doel om zoete wijn te maken. De vergisting stopt wanneer de most ongeveer 14 tot15 % alcohol heeft bereikt en de vele smaakvolle restsuikers blijven dan over.

Uit legendes blijkt dat de Amarone ontstond doordat de Recioto per ongeluk volledig uitvergistte. De bittere smaak was een feit. Recioto daarentegen is zijdezacht en is een verfijnde vorm van port. De koning en de koningin zijn elkaars tegenovergestelden met een gelijke veredeling van smaak in de mond. Niet te versmaden.