Glazen rinkelen vluchtig tegen elkaar, gehaaste voetstappen doorkruisen de lege ruimte. Het scherpe zonlicht valt in een schuine streep door het hoge glas- in lood raam. De roodgroene contouren van de gesloten flessen weerkaatsen tegen de muur. Zenuwachtige donkere stemmen verdwijnen in de holte van de lange gang. IJspegels sieren de rand van de zilveren bokaal waar de champagne in staat te koelen. De proeverij kan beginnen.

De deuren voor het publiek gaan open. Overal in de grote zaal klinken de geluiden: ‘Plop, plop, plop.’ Voor mij is het de kunst om de kurk van de champagnefles niet te laten wegschieten. Eerst het amulet van de fles losdraaien, maar de huls erop laten om tegendruk te kunnen geven. Ik draai de fles een kwartslag, het koolzuur bruist omhoog en met een gedempte plof houd ik de kurk in mijn hand.

De eerste mensen komen langs mijn tafel en ik vertel het verhaal van de champagnes: ‘Deze mousserende wijnen zijn gemaakt door Aurélien Laherte een kleine wijnboer die zijn druiven teelt vlak onder Epernay. Ultra Brut, strak en droog, Blancs de Blancs 100 procent chardonnay, les Empreintes, voller en ronder. Een millisimee uit 2009, één oogstjaar en drie jaar flesrijping. Les sette is gemaakt van de zeven toegestane druivenrassen, complex, gebrande hazelnootjes, prachtig.’

Het publiek varieert van mensen die zelf net terug komen uit de champagne en geïnteresseerd alle wijnen willen proeven tot mensen die graag een bubbeltje bij de ontvangst drinken. Ik leg ondertussen het verschil uit tussen champagnes die massaal gemaakt worden en daardoor vlak van smaak en met een grove bubbel en onze verfijnde pure wijnen van een gepassioneerde boer. ‘Hoe fijner de mousse, hoe mooier de champagne,’ is mijn antwoord.

Het is een drukke middag, het gaat aan mij voorbij hoe het bij de andere veertien proeftafels gaat. De laatste gasten komen nog een klein drupje champagne halen en dan worden na vijven toch echt de deuren gesloten. Alle glazen gaan terug in de dozen, volle flessen retour naar het magazijn en de open flessen nemen we mee naar een klein restaurant. Daar hebben we de afspraak om alleen te kunnen eten en zelf nog te mogen proeven.

Hongerig schuiven we aan tafel. Ik zit naast een van onze wijnboeren Bruno Sorg uit de Elzas. Hij vertelt vol trots: ‘Deze riesling komt van een speciaal perceel, de druiven worden op het juiste moment geoogst als de botrytus zijn werk heeft gedaan. Hierdoor ontstaat een volle rijke wijn met een honingachtige toon en de levendige frisheid van de zuren van de rieslingdruif.’ Ik neem een slokje, knik en kan dit alleen maar beamen.

Ondertussen staan er meer dan 30 geopende flessen op tafel die waren overgebleven van de proeverij. Een waar genot.