Duitsland staat bekend om de koning van de druiven van het Noorden, de riesling. In mijn zoektocht reisde ik af met mijn Fiat Panda naar het hoogst gelegen gebied, de Moezel. Daar bezocht ik weingut Lowenstein, op de steilste hellingen langs de rivier maken zij hun Grosse Gewachse. Wijnen die uitspringen door hun stroperige honingtonen van de ouder gerijpte rieslings, lichte petrol geur, in combinatie met uitgebalanceerde zuren, wat een feestje om te proeven. De eerste dozen wijn laadde ik in mijn auto.

Daarna ging mijn reis verder naar Slot Johannisberg en Slot Vollrads in de Rheingau. Klassiekers die op het lijstje niet mogen ontbreken. Bij Slot Johannisberg is ooit Spatlase uitgevonden, dit zijn laat geoogste druiven die aangetast zijn door edele rotting. In 1775 wachtten de Benedictijner monniken van Slot Johannisberg op de opdracht van de vorst van Fulda om met de oogst te beginnen. Maar de boodschapper van de vorst had vertraging en intussen zagen de monniken de (toen) gevreesde schimmel op de druiven ontstaan. Ze waren gehoorzaam en grepen niet in, de druiven bleven hangen. Toen ze uiteindelijk gingen oogsten en wijn van deze druiven maakten, bleek die heerlijk te zijn. Zo werd de wijn van overrijpe druiven met edele rotting geboren.

Met nog een doosje in mijn auto reed ik verder naar de Pfalz, een zuidelijker gelegen gebied. Met argusogen keek ik iedere dag naar de stand van de zon, in vrees voor oververhitting van mijn dozen wijn in de auto. Gelukkig, het ging regenen! Ondank dat ik met tent een camping opzocht was ik blij met de druppels. Bij weingut Neiss stond ik in de wijngaarden en proefde riesling met een iets lagere zuurgraad, logisch, meer zon, minder zuren. Maar ook een mooie Fruburgunder, deze druif stamt af van de bekende Spatburgunder, maar iets voller van smaak, bijzonder!