VondelVini

registervinoloog Maud Veldkamp

Auteur: maudveldkamp (Pagina 1 van 4)

Tokaji, een verborgen parel in het Oosten

We staan in de grotten van Tokaji waar de Aszu wijnen minimaal 2 jaar rijpen in houten vaten. Een heel gangenstelsel ligt verborgen onder de grond, net als in de Champagne. Ik ben verbijsterd, wat een rijkdom ligt er hier opgeslagen. Hongarije heeft goud in handen, vreemd eigenlijk dat dit nog zo onbekend is.

Hongarije, ooit onderdeel van het Habsburgse rijk, uitgestrekte grauwe poesta’s en stoofpotten met vettige goulashsoep. Dat is mijn beeld van dit land. We reisden af naar Tokaji om ons te verdiepen in de Furmint, de koning van de druiven in dit gebied. Aszu, een edelzoete oranje wijn van botrytis druiven wordt hiervan gemaakt, maar ook krachtige witte wijnen. Diverse stijlen dus waar Tokaji voor staat, alleen dringt dat nog niet écht door in West-Europa. Hoe komt dat?

Ik vroeg eerder aan István, een jonge wijnmaker, waarom de Hongaarse wijnen internationaal zo’n kleine rol spelen. ‘Tijdens het communisme was de wijnbouw gericht op kwantiteit in plaats van kwaliteit. Met de val, eind jaren tachtig, kwam hier pas een omslag in. We moesten investeren in moderne vinificatietechnieken. Langzaam verandert de stijl van de wijnen, maar er is nog steeds een groot kwaliteitsverschil. Dat maakt het lastig voor de consument,’ aldus István.

Het vliegtuig landde in Boedapest, de stad is in tweeën gesplitst door de Donau in Boeda en Pest. Statige gebouwen pronkten langs het water, grauw en stoffig. We lieten ons meevoeren in de brede straten en kwamen in een restaurant terecht, hip en trendy. Met notabene foie gras op de kaart, net als in Frankrijk een nationaal gerecht. Daar zei ik geen nee tegen, met een glas Furmint van Scepzy een wat grotere producent, een wijn in de oude stijl, beendroog met een lichte oxidatieve toets.

In Bodrogkisfalud komen we aan bij Carpinus, een hartelijke ontvangst door István en zijn zus Edit die het bedrijf runnen. Carpinus is hun paradepaardje, slechts 7 ha groot, maar wijnen van sublieme kwaliteit. Een heel andere stijl dan die we tot nu toe proefden. Veel fruitiger in de geur en smaak, met een mooie structuur, mineraal en elegant. Modern, toegankelijk zonder die oxidatieve ondertoon. Een genot op de tong.

Onderweg was het landschap net zo vlak als in Nederland met in de verte licht glooiende heuvels. In de zomer zijn dit de lichtgele grassige poesta’s waar de Hongaren met hun paarden hard over heen galopperen. Tokaji ligt vlak aan de grens met Slowakije in een bergachtig gebied met de rivieren Tisza en Bodrog die er doorheen slingeren. In de ochtend vormt zich hier een dikke mist, die blijft hangen, ideaal voor de ontwikkeling van botrytis en de prachtige Aszu wijnen. En dat proeven we…

 

Portugal wordt serieuze speler in internationale wijnhandel

Portugal is een minder bekend wijnland in Europa, grootheden als Frankrijk, Spanje en Italië staan bij de consument eerder op het netvlies. De Oostkant van het Iberische schiereiland staat vooral bekend om de portwijn die uit de Dourovallei vandaan komt. Maar de opkomst van Portugese wijnen is vooral te danken aan de niet-versterkte wijnen.

Portugal heeft een zeer rijke wijngeschiedenis, het waren de Feniciërs die in het eerste millennium voor Christus een begin maakte met het cultiveren van de wijnbouw, gevolgd door de Grieken en de Romeinen.

Aan het einde van de 20e eeuw was het vooral de toetreding tot de Europese Unie (EU) in 1986 waardoor de wijnbouw in Portugal een nieuwe impuls kreeg, vanwege de toekenning van flinke subsidies. In de jaren daarvoor tijdens de Portugese dictatuur van 1926 tot 1974 werd de meeste landbouwgrond waar nu wijngaarden staan gebruikt om graan te verbouwen en geen druiven. Creativiteit en ambitie werden door dictator Salazar de kop ingedrukt. Men produceerde traditionele wijnen met zware tannine. Later werd het subsidiegeld uit de EU voornamelijk gebruikt om te investeren in nieuwe technieken in de wijnbouw.

Het gevolg hiervan is dat er nu wijnen op de markt komen die fruitiger en eleganter zijn, een onmiskenbare trend in de wijnwereld. In mijn zoektocht reis ik af naar Portugal en kom vanaf de oostkant met de trein de Dourovallei binnen. Het landschap is overweldigend, aan beide kanten van de brede rivier Douro (wat goud betekent) rijzen de grillige bergen omhoog. Het is er bijna onmogelijk om wijnstokken te verbouwen.Toch zijn er in de jaren ’60 van de 20e eeuw hier met bulldozers terrassen gebouwd, de zogenaamde ‘patamares’. In mijn verwondering om dit prachtige natuurschoon begrijp ik waarom de Dourovallei in 2001 door UNESCO is uitgroepen tot ‘World Heritage Site’.

De Dourovallei heeft een continentaal klimaat: koude winters en zeer hete en droge zomers, oplopend tot 40 graden Celsius. De bodem bestaat uit schist, een soort leisteen. Portugal heeft geologisch gezien een zeer oude bodem, Zeventig procent van de totale oppervlakte behoort tot het primair, meer dan 245 miljoen jaar oud. Dit is een belangrijke kwaliteitsfactor voor de wijnen.

Een taxi brengt mij door de heuvels naar Quinta do Napoles van Niepoort, van origine een Nederlandse familie die hier nu al 5 generaties lang wijn en port maken. De eigenaar Dirk van Niepoort is altijd op zoek naar elegantie en finesse in de wijn. De tijd van zware wijnen met stevige tannine is voorbij. Dirk houdt van de Bourgogne en in sommige van zijn wijnen kan je de complexiteit uit dit gebied herkennen. In 1991 maakte hij zijn eerste rode wijn de Redoma, van oude wijngaarden. Daarop volgde Batuta, krachtig, elegant, harmonieus met groot rijpingspotentieel. Ook zijn witte Coche gemaakt van druiven die groeien op hoger gelegen wijngaarden met hoge zuren, kan nog jaren rijpen in de kelders.

Portugese wijnen hebben veel te bieden. De nieuwe generatie wijnmakers die vaak veel ervaring opdoen in andere Europese landen, brengen een tijdperk waarin Portugal een ander gezicht krijgt. Rijk aan geschiedenis, rijk aan traditie, rijk aan wijnen met spanning en complexiteit. Portugal zal in de toekomst zeker een nog serieuzere speler worden in de internationale wijnhandel.

Vale da Capucha, fossiele schelpen uit een vervlogen tijdperk

Ik waan mij in de geschiedenis van Portugal, het kleine land op het schiereiland in de uiterste zuidwesthoek van Europa dat ooit een wereldmacht was. Koningen trokken de zee over en veroverden Brazilië en leefden daar weelderig. Rijkdom was in overvloed aanwezig. Dat zie ik terug, hier in Lissabon in de grote standbeelden met krijgshaftige mannen op expressieve paarden. Maar tegelijkertijd is het armoedig en straalt de stad vergane glorie uit. Wat is er overgebleven uit dit vervlogen tijdperk en hoe is het de wijnbouw in al die jaren vergaan?

In mijn zoektocht reis ik af naar de kust van Lissabon, Vale da Capucha, waar ik een afspraak heb met biologische wijnmaker Pedro. We praten over de historie en Pedro vertelt: ‘Begin 19e eeuw werd Portugal omgevormd tot republiek. De jaren die daarop volgden, stonden in het teken van de dictatuur van generaal Salazar, hij bepaalde het beleid. Mijn grootvader produceerde vooral zoveel mogelijk wijn. De wijn werd niet gebotteld in flessen, maar in grote houten vaten verkocht en in Lissabon in de cafés geschonken.’

In de wijnbouw is de relatie met de oud-Portugese kolonie Brazilië nog volop aanwezig. De Brazilianen spreken dezelfde taal en houden van onze wijn, vertelt Pedro. ‘Ik exporteer een groot deel van mijn wijnen naar Brazilië. Het is een lange reis voor de wijnen, dus ik ben wel genoodzaakt om wat sulfiet aan de wijn toe te voegen om oxidatie tegen te gaan. Ik maak tenslotte wijn en geen azijn!’ We lachen erom, want als biologisch wijnmaker is het bijna onmogelijk om niet her en der wat hulpmiddelen te gebruiken om een goed product te vervaardigen.

Vale da Capucha is een heuvelachtig gebied dat ooit deel uitmaakte van de oceaan. De overblijfselen van de zee zijn terug te vinden in de bodem, de oppervlakte is bezaaid met fossiele schelpen en die staan ook op de etiketten van de wijn. De witte druif arinto geeft op dit perceel de expressie van het terroir weer. Normaal is dit een wat neutralere druif, maar in deze bodem komen de minerale smaak en mooie zuren naar voren. In de neus heeft de wijn een wat tropisch karakter.

De wijncultuur van het ooit zo rijke Portugal is gelukkig niet ten onder gegaan. Integendeel; deze prachtige complexe wijnen bieden meer dan genoeg spanning om te concurreren met buurlanden Spanje en Frankrijk. Dat mocht ik proeven. Met de familie in een landhuis rijk aan historie stond een lunch op de eikenhouten tafel met allemaal streekproducten, de mooiste wijnen werden uit de kelder gehaald. Een gedenkwaardige herinnering.

 

 

In bedwelmend Ruhrgebied genieten van honingzoete stroperige riesling

Duitsland staat niet op nummer één op mijn verlanglijst om een wijnreis naartoe te maken. Nee, ik kies liever een exotisch oord zoals Chili of dichtbij huis, de chique Champagne. Duitsland associeer ik met het stinkende rooksluimerende Ruhrgebied, om via snelle autowegen uiteindelijk de frisse berglucht op te kunnen snuiven in Zwitserland. Maar de Riesling trekt, dus ik waag het erop en geef gas in mijn oranje Fiat Panda.

Met een vol ingedrukt pedaal rijd ik op de autoroute, voorbijgescheurd door vele Mercedessen, Audi’s en BMW’s, totdat Tom mij van de snelweg afleidt. Het landschap verandert van asgrauwe schoorstenen naar glooiende groene heuvels. In het dal schittert het water me met een kalme slag in de rivier tegemoet, het is de Moezel. Aan beide zijden vanaf de oever staan de wijnranken hoog opgesteld.

“De beste riesling groeit op de steile flank in de bocht van dit gedeelte van de rivier,” vertelt Geertruida en laat mij vol trots een Grosse Gewachs uit 2008 proeven. Het is een wijn die uitspringt door zijn stroperige honingtonen, lichte petrolgeur, in combinatie met uitgebalanceerde zuren. Wat een feest om te proeven. Na de rondleiding door de kelder, laad ik de eerste dozen wijn in mijn auto. Ik kijk naar de lucht, bewolkt en zelfs regen op komst. Voor kamperen wat minder, maar tenminste geen verhitting voor de wijn.

Mijn reis gaat verder naar Slot Johannisberg in Rheingau, een klassieker die op de lijst niet mag ontbreken. Hier is ooit de Spätlase uitgevonden, laat geoogste druiven die zijn aangetast door edele rotting. Een dame op hoge hakken en met uitgemeten rode lipstick op haar mond vertelt: ”In 1775 wachtten de Benedictijner monniken op het sein van de vorst van Fulda om met de oogst te beginnen. Hij kwam te laat en de druiven waren aangetast door rot. Ze besloten om toch te oogsten en wijn te maken. Het vocht bleek zoeter en hemels te zijn. Hiermee was de Spätlase geboren.”

Met nog een doos wijn rijd ik verder naar de Pfalz, een zuidelijker gelegen gebied. Ik verbaas mijzelf nog steeds dat ik hier gewoon in Duitsland ben, een paar honderd kilometer van huis, de natuur laat mij verassen door de uitgestrekte groene dalen, soms beplant met geelkoppige zonnebloemen. Mijn vooringenomen beeld over Duitsland is bijgesteld, ik kan niet anders zeggen, de natuur is prachtig en de wijnen goddelijk.

Madeira: oma’s drankje hip en trendy?

Het vliegtuig maakt een ruime bocht en komt met rokende banden vlakbij het bruisende water van de zee op een smalle strook tot stilstand. Mijn hart klopt sneller dan normaal, hoewel ik echt wel wat gewend ben. Een flitsende landing. Is dit tekenend voor het eiland dat bekend staat om Cruiseschepen met bejaarden die nippen aan een glas donkerbruine verouderde Madeira? Is Madeira werkelijk op weg naar een verleidelijk verfrissend aperitief?

“Vroeger namen Engelse ontdekkingsreizigers wijn mee van Madeira, onderin het schip in houten vaten, waar het vocht lag te klotsen. Om het vergistte druivensap niet te doen bederven, versterkten ze het met rum. Tijdens de tocht langs exotische oorden kookte de wijn in het ruim en verdampte langzaam. Bij thuiskomst bleek dat het aan kwaliteit had gewonnen,” vertelt de dame in een van de vooraanstaande huizen in Funchal.

We lopen tussen de grote tonnen door die in lange rijen stoffig staan opgesteld in het handelshuis. Onderin de kelder rijpt de wijn door tot zeker 100 jaar oud, net zoals mijn oma gaat er door mijn hoofd. In de straten van Funchal werd ik zowat onder de voet gelopen door groepen dikke Amerikaanse toeristen van middelbare leeftijd. Mijn vooringenomen beeld over Madeira is nog niet gewijzigd ondanks de spectaculaire landing.

In de middag neemt de taxi me mee door de heuvels naar een bedrijf dat hoger verstopt ligt in de bergen. Een glimmend zilveren gebouw straalt me tegemoet en ik word begroet door een jonge vent met zwarte lokken. Ik vertel over mijn ervaring in het handelshuis en hij begint hard te lachen. “Ja, dat is het meest toeristische wat je kan overkomen. Wij maken Madeira volgens moderne methoden, we verhitten de wijn in grote tanks waardoor het verouderingsproces versnelt. Het resultaat is een jonge wijn met aantrekkelijke frisse zuren.”

Op de proeftafel staan de flessen opgesteld met strakke etiketten rood en zwart gekleurd. De jongeman legt uit: “Madeira is van vier druivenrassen gemaakt sercial, boal, verdelho en malvasia. Het gaat van droog naar zoet.” In het glas voor mij glinstert de wijn met een geelgouden kleur. Ik wals het glas en zet mijn neus erin, citrus, nootachtige geuren bedwelmen mijn reukvermogen. Een slok spoelt door mijn mond en is besprenkeld met sinaasappeltonen en een toetsje karamel.

“De beste Madeira kenmerkt zich door een perfecte zoetzuurbalans,” vertelt de jongeman. In deze context kan ik niet anders zeggen dat dit bedrijf een goede marketingslag maakt naar de verjonging van Madeira: hip en trendy.

 

Prowein: ondergedompeld in drie dwaze wereldse wijndagen

Vanuit de hele wereld stromen wijnmakers en andere wijnprofessionals naar die ene stad in Duitsland, Düsseldorf. Het is grootste beurs denkbaar in Europa, ongeveer de oppervlakte van tien keer de hallen van de Rai in Amsterdam. Het lijkt net op de drie dwazen dagen van de Bijenkorf, mensen die dringen om naar binnen te komen en als bijen rond zoemen in de korf. Een soortgelijk gevoel bekruipt me in dit massale wijngebeuren.

Waar te beginnen? Ik stort me in het gedruis en loop richting hal 9, daar is de sectie voor Chili, waar ik twee jaar geleden tussen de wijnranken ronddwaalde. Al zoekende bots ik zowat op tegen één van mijn vrienden uit dat land. ‘Eduardo, wat doe jij hier?’ vraag ik in blije verbazing. Hij maakt de mooiste carménere, maar in kleine oplage, ik had hem hier niet verwacht. Wat een toeval, zijn stand is wat achteraf gepositioneerd in de hal, ik had hem anders nooit gezien.

Wat een feest om zijn wijnen weer te mogen proeven, mijn ogen glunderen als ik de bekende etiketten van Alchemy zie. Na mijn trip in Chili had ik vier flessen meegenomen in een houten kist, de rugzak was zo zwaar, ik kon er nauwelijks nog mee lopen. De wijn is zo bijzonder omdat ze de druiven met de hand van de tros plukken. Daarna geleidelijk persen en zonder toevoeging van gist ondergaan de druiven het fermentatieproces. Het gevolg hiervan, is dat het groene karakter van de carménre druif volledig zacht en aangenaam naar voren komt.

Mijn zoektocht gaat verder door de hal van Spanje en Portugal richting Frankrijk. De sfeer in iedere hal is anders, zo ook de taal die ik om mij heen hoor. Van bruisende mensen en geelrode vlaggen naar het chique ivoorwitte tapijt onder mijn voeten in de Champagne-lounge. Bij Tattinger vraag ik een laatste slokje Blanc de Blancs die onder de toonbank verscholen staat. De dames reageren met enige wijnstress, het is de laatste fles op de beurs. Ik loop verder en speur de rijen af naar Chateau Grézan.

Chateau Grézan ligt in de appellation Faugeres in de Languedoc. De wijnmaker vertelt vol vuur over zijn topcuvée les Schistes Faugeres. De druiven zijn gefermenteerd in eikenhouten vaten en daarna heeft de wijn 15 maanden in het vat gerijpt. Vol van karakter, complex, een lange afdronk, ik beaam zijn betoog. Mijn oog valt op een fles rosé waar op het etiket een wulpse dame staat afgebeeld. De wijnmaker lacht, ja de wijn heet ook ‘au gris de mes enviers’, dat betekent een onafhankelijke vrouw, gelijk de smaak van de wijn. Grappig hoe de wijn zich hier in het etiket vertaalt.

Nadat ik drie dagen ben ondergedompeld in deze dwaze wereldse wijndagen sluit ik af bij mijn vriend Eduardo uit Chili. Met een glimlach vraagt hij of ik mijn rugzak bij me heb. ‘Haha, nee, deze keer geen rugzak,’ is mijn antwoord. Eduardo zoekt een lege doos, en de aangebroken proefflessen van zijn prachtige wijnen mag ik meenemen. Met een tevreden gevoel en alweer een doos flessen vertrek ik richting Amsterdam.

Deze blog is eerder gepubliceerd op Perswijn, het wijnmagazine voor liefhebbers & professionals.

 

De transparantie van het proefpanel Perswijn: te gast

In mijn regenjas gestoken, trap ik hard door op de pedalen, de druppels vallen gestaag in mijn gezicht. Het is half acht. Over een half uur sluit ik aan bij het proefpanel van Perswijn, wekelijks beoordelen zij ingezonden wijnen op hun kwaliteit. Om de transparantie van het panel te waarborgen kan er iedere dinsdag een gast mee proeven. Ik ben benieuwd.

Ronald de Groot, hoofdredacteur, doet de deur open en gebaart mij naar beneden te gaan. Over een smalle trap die omgeven staat met flessen wijn loop ik de koele kelder in. Tot het plafond staan de authentieke houten Bordeauxkisten opgestapeld, ontelbare flessen wijn uit evenzo oude jaren liggen stoffig te rusten. Kleine lampen branden boven de tafel, net voldoende licht.

De wijnen staan geblindeerd op tafel en ik krijg een korte uitleg. Ieder proeft voor zichzelf, maakt een notitie, geeft een aantal sterren en later bespreken we de wijnen. In rap tempo komen de flessen voorbij, het is stil, concentratie alom aanwezig. Eerst een reeks van 6 wit en daarna rood. Bij fles 24 rood vraagt mijn mond naarstig om water vanwege de drogende tannine.

Lees meer: ga voor het hele artikel naar Perswijn, het wijnmagazine voor liefhebbers & professionals

Zeelandse wijn van de Kleine Schorre past prima bij big five

Het is aangenaam koel in het proeflokaal. Ik vraag aan de jongen achter de bar naar Johan met wie ik een afspraak heb. ‘Met een kwartiertje, hij is nog met zijn trekker in de wijngaard,’ is het antwoord. Ondertussen valt mijn oog op een vetgedrukte kop in de nieuwsbrief die op de bar ligt. ‘Kleine Schorre schenkt de wijn tijdens lunch nucleaire top.’ Het verhaal gaat verder en ik lees het aandachtig door. Het idee dat president Obama en de rest van de wereldleiders Nederlandse wijn dronken, vind ik fascinerend.

Even later word ik vrolijk begroet door Johan, een enthousiaste jongeman, de eigenaar van de wijnhoeve. Vol trots vertelt hij dat de Kleine Schorre gevraagd werd de wijnen te leveren voor de lunch tijdens de top. Helaas mocht Johan zelf niet de wijn uitschenken, alles was top secret en beveiligd. Ik ben ondertussen nieuwsgierig geworden naar het geheim van deze Zeeuwse wijnen. Buiten waait de frisse zeewind en ik vraag of deze aangename bries terug te vinden is in de smaak van de wijnen.

Hij legt uit dat te veel wind en storm juist schade aan kan brengen in de wijngaard. De druivenrassen die in Zeeland goed gedijen zijn de Duitse rassen: sylvaner, pinot gris, auxerrois en pinot blanc. ‘Logisch,’ denk ik want dat zijn de rassen die in de noordelijke wijngebieden floreren. En dat komt mooi uit want deze witte wijnen gaan het beste samen met de big five van Zeeland: ziltige oesters, mosselen, paling, kreeft en garnalen.

We lopen tussen de wijnranken door, de druiven zijn nog volop aan het groeien. Het ene ras zoals auxerrois groeit sneller dan bijvoorbeeld pinot gris. Volgens Johan is het de kunst van de wijnmaker om bij auxerrois de opbrengst laag te houden. Deze druif groeit graag, maar dan zitten er weinig aroma’s in het vruchtvlees. Hoe lager de opbrengst per hectare, des te smaakvoller de wijn deze druif produceert.

Dan komt het langverwacht moment om deze pareltjes te mogen proeven. De eerste wijn verrast me gelijk, want het is een Brut met een bijzonder fijne mousse. De stille wijn is in Zeeland gemaakt, maar de tweede vergisting op de fles gebeurt in Luxemburg omdat daar speciale apparatuur voor nodig is. Ik beaam dat de Auxerrois Reserva die Obama ook heeft gedronken, absoluut een stuivende frisheid heeft, die je alleen in Zeeland kan aantreffen.

Aan het eind van de middag loop ik weg met twee flessen uit de winkel onder mijn arm: vanavond drink ik de Barrique Pinot Gris 2012, met 6 maanden houtlagering op Oost-Europese vaten. Spannend.

Witte wijn uit de Dourovallei uit Portugal

Vol trots trap ik op mijn pedalen van mijn net nieuw gekochte zwart blinkende oude oma-fiets. Twee flinke sloten draperen zwaar om haar elegante zwanenhals, slechts met boortollen te bestrijden, heb ik mij laten vertellen door de fietsenmaker. Nietsvermoedend kom ik op zaterdagavond thuis en in het voorbijgaan kijk ik in het fietsenrek waar mijn zwarte parel dik ingepakt met sloten staat te slapen. Geen fiets. Ik kan mijn ogen niet geloven, loop terug en zoek. Tevergeefs, mijn fiets is gestolen, dit is Amsterdam.

Gestolen fiets, zo heet ook deze witte wijn uit de Dourovallei uit Portugal. Een toepasselijke naam, maar zo grappig vind ik het niet. Daar moet een Hollander achter zitten. Na enig onderzoek blijkt dit ook zo te zijn. Dirk van der Niepoort maakt prachtige port in Portugal en heeft zich ook toegelegd op de productie van witte en rode wijnen. Hij is de afstammeling in de zesde generatie van de van oorsprong Nederlandse oprichters van Niepoort. Hij besteedt veel aandacht aan de kwaliteit van de wijnen, waarin het terroir van de Dourovallei tot uitdrukking komt.

De Dourovallei is volgens kenners één van ’s werelds mooiste wijngebieden. De rivier de Douro slingert zich in het dal als een zilveren ader door het bergachtige gebied. De hellingen zijn zo steil dat veel druiven op speciaal gebouwde terrassen groeien, waardoor het gebruik van machines vrijwel onmogelijk is. Het gebied is bekend om zijn port. De wijngaarden staan vol met druivenrassen die in het najaar diepgekleurde wijnen opleveren waar de versterkte wijn, port, van wordt gemaakt.

Op het etiket van de Gestolen Fiets Branco staat een fietser, maar ook voetballers, beiden onze nationale trots. Het is een ontwerp van de Braziliaanse kunstenares Tania Anaya en illustreert vriendschap, geluk en eerlijk spel. Deze krachtige, wat kruidige wijn heeft zeven maanden ‘sur lie’ gerijpt, dat betekent dat hij op zijn gistcellen heeft gelegen. Een klein deel van de wijn is ook nog opgevoed in Franse eikenhouten vaten. Dit proef je terug in de smaak.

Ik verdring mentaal mijn gestolen fiets en laat de bloemige geuren in mijn reukgestel doordringen. De wijn heeft een frisse tinteling met aroma’s van citrus en perzik in een aangename afdronk. De druivenrassen zijn mij onbekend: codega de larinho, rabigato en dona branca. Het levert in ieder geval een zeer aangename wijn op voor een aangenaam moment.

Toch kan ik het niet nalaten om mijn gedachten af en toe terug te laten gaan naar mijn zwarte blinkende parel.

Goed begin van de maandagochtend: wijn proeven

Normaal gesproken was het weekend voorbij en dacht ik: ’Laten we de week beginnen met een lekker kopje thee.’ In de wijnwereld gaat dat anders, want een goed begin van de maandag is voor velen: uitzoeken naar welke aangeboden wijnproeverij ze zullen gaan. Het wemelt rond deze tijd van de uitnodigingen van importeurs om alle nieuwe oogsten te presenteren. Op zondagmiddag krijg ik een Whatsapp’je van Wytse, vinoloog van E-CRU wines & spirits, of ik meega naar een importeur.

De proeverij vindt plaats in de kantoorruimtes van een enorme loods. In de loods staan dozen wijn metershoog opgestapeld. Rijen achter elkaar, in grote stellingen. In de auto onderweg voerden we de discussie in hoeverre het wenselijk zou zijn om wijn in plastic flessen aan te bieden. Voor het vervoer en transport een stuk eenvoudiger dan al die breekbare flessen. Gelukkig is het nog niet zover, want gevoelsmatig lijkt het me erg armoedig om wijn uit plastic te drinken.

Bij de ontvangst krijgen we een glaasje champagne en worden we naar de eerste ontvangstkamer begeleid. Er staan alleen al in deze kamer ruim honderd flessen open, in twee rijen achter elkaar. Logischerwijs eerst wit en dan rood. Ik krijg een glas en binnen een paar minuten hebben we de eerste wijnen geroken, geproefd en gespuugd. Dit zijn de binnenkomers die een wat lagere kwaliteitswaarde hebben. Ik word voorgesteld aan één van de verkopers van de importeur en hij waarschuwt me: ‘Neem nooit meer dan één slok per wijn om te proeven, want anders weet je het na twintig wijnen niet meer en smaakt alles zuur.’ Ik neem zijn advies ter harte.

Een speciale kamer is ingericht voor de wijnen uit Californië. Hier zijn de wijnmakers zelf aanwezig. Eigenlijk wil ik wijnboeren zeggen, maar een charmante Amerikaanse staat ons te woord, dus dat lijkt me niet zo toepasselijk. Ze legt uit hoe ze de chardonnay maken en welke vinificatieprocessen ze hanteren. Deze wijn ondergaat een malolactische gisting. Dit is een tweede gisting op het vat waardoor appelzuren in de wijn worden omgezet in melkzuren wat de wijn zachter maakt. In het geval van deze chardonnay krijgt hij een rondere en ‘vettere’ smaak.

Beneden in de hal proeven we de laatste dertig wijnen. Ik kan lang niet overal wat zinnigs over zeggen, maar zo langzamerhand begin ik de stalmest van de pinot noir aardig te herkennen en leer ik dat het bij chardonnay belangrijk is dat hij een goede zuurgraad heeft. Na een paar uur staan we weer buiten en heeft Wytse een aantal wijnen in gedachten die hij naast het gewone assortiment gaat bestellen. En ik kan niet anders zeggen dan: een uitstekende besteding van de maandagochtend.

Pagina 1 of 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén